Martijn de l’Ecluse (1983 – 2026): ‘Heel behulpzaam, vriendelijk, iemand waar je op kon rekenen’
Eind juni 2026 ontvingen we als tafeltennisvereniging TOG het zeer verdrietige nieuws over het plotseling overlijden van oud-lid Martijn de l’Ecluse. Bij de afscheidsbijeenkomst, waar meerdere leden en oud-leden aanwezig waren, vertelde Jos van Nierop, namens de vereniging en leden en oud-leden, ongeveer het volgende over Martijn:
Toen we het bericht over het overlijden van Martijn deelden in de appgroep van vereniging, reageerden leden en oud-leden uiteraard geschokt. Natuurlijk omdat het plotseling kwam en Martijn niet oud heeft mogen worden, maar ook omdat hij gewoon een heel fijn iemand was. De vriendelijkheid zelve en altijd belangstellend als je hem weer eens tegenkwam,
Martijn – bij TOG noemen we hem meestal Cluuc of Clucie – was sinds een paar jaar geen lid meer maar hij kwam graag langs als we een open toernooitje organiseerden. Zoals afgelopen 29 mei, toen hij tafeltenniste alsof hij het nog wekelijks deed. Het werd, met hem en met elkaar, achter de tafeltennistafel en na afloop aan de bar een gezellige avond zoals altijd.
Halverwege de jaren negentig werd Martijn jeugdlid. De vereniging was toen redelijk groot en Martijn behoorde bij de jeugd tot zeg maar de subtop. Maar voorafgaand aan het clubkampioenschap van 2001 zei hij, vol bravoure, dat hij wel eventjes kampioen ging worden. En dat terwijl hij te laat aankwam en een sjaal droeg omdat hij last van zijn nek had.
Het werd een legendarische middag. Martijn verraste door veel beter geachte tafeltennissers als Bob van Hoek en Jeroen Hendriks achter zich te laten. Met zijn verdedigende spel, wat atypisch was voor jeugdspelers, wist hij zijn tegenstanders te frustreren, wat hem dus de titel opleverde.
In die tijd was de zaterdagmiddag bij de vereniging voor Martijn ook een fijne uitvalsbasis in een periode dat er thuis problemen waren.
Na zijn periode bij de jeugd werd Martijn senior-lid en daar kwam hij los van het alleen maar verdedigend spelen en leerde hij hoe hij – met succes- aanvallend moest tafeltennissen. Gedurende zo’n twintig jaar was hij competitiespeler. Daarbij kwam hij lange tijd samen met Olav Koning uit in de duo-competitie. Martijn nam bij de vereniging ook zijn verantwoordelijkheid als vrijwilliger. Hij was onder andere jeugdcoach, trainer, zat in allerlei commissies en was een tijdje bestuurslid.
We moesten ook denken aan een verenigings-bbq van zo’n 15 jaar geleden, bij John Koppert in de tuin. Martijn bood spontaan aan een salade te maken en mee te nemen. Het is een ogenschijnlijk kleine geste maar je kan het ook niet doen. Martijn was iemand die zoiets wel deed.
In de verenigingsapp omschreef Robert Kuiper de persoon Martijn kernachtig als volgt: ‘Heel behulpzaam, altijd vrolijk, vriendelijk, iemand waar je op kon rekenen’.
Martijn, Clucie, we gaan je missen



